De Wet werk en zekerheid (WWZ) heeft het arbeidsrecht ingrijpend gewijzigd en dient daarom zorgvuldig te worden geëvalueerd. De Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) en de Vereniging voor arbeidsrecht (Vva) hebben om die reden een empirisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij een summiere opsomming van de conclusies:

  • Er worden substantieel meer ontbindingsverzoeken afgewezen na invoering WWZ.
  • De hoogte van de ontslagvergoeding – uitsluitend kijkend naar de transitievergoeding – is meer dan gehalveerd t.o.v. het tijdperk vóór WWZ.
  • De hoogte van de gemiddeld toegekende billijke vergoeding – welke in de regel verschuldigd is bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever – bedraagt 1,02 maandsalaris per dienstjaar.
  • De gepubliceerde rechtspraak laat zien dat de toegekende billijke vergoedingen (aanzienlijk) uiteen lopen van 0,13 – 5,56 maandsalaris per dienstjaar.
  • Een vast dienstverband is vaster geworden.
  • Vergoedingen zijn lager. Met dien verstande dat er in beginsel wel vaker een vergoeding verschuldigd is. Namelijk ook bij een beëindiging via de UWV-route (bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid).
  • Flexibel dienstverband is niet minder flexibel.

Minister Asscher heeft bij de parlementaire behandeling toegezegd dat hij de WWZ in 2020 in zijn geheel zal evalueren. In de tussentijd informeert hij de Kamer halfjaarlijks over de voortgang.