Op grond van de gebruikelijk loonregeling dient een directeur grootaandeelhouder (belang van minimaal 5%) een minimaal salaris te nemen. Om dat gebruikelijk loon vast te stellen dient gekeken te worden naar een loon voor de meest vergelijkbare dienstbetrekking, waarbij geen sprake is van aandeelhouderschap. De belastingdienst stelde zich in de praktijk op het standpunt dat ook gekeken kon worden naar de winst ( voor arbeidsbeloning ), en dat deze de basis diende te zijn om het gebruikelijke loon vast te stellen. De Hoge Raad heeft nu echter beslist dat als er een loon voor de meest vergelijkbare dienstbetrekking is vast te stellen, er geen plaats is voor de toepassing van de afroommethode.