Vanaf 1 januari 2017 maakt een werkgever aanspraak op het zogenoemde ‘lage-inkomensvoordeel’, indien er wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden:
i.) werknemer verdient gemiddeld 100%-120% van het wettelijk minimumloon per uur;
ii.) werknemer dient minimaal 1.248 uren per jaar te worden verloond en;
iii.) werknemer mag niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.
Onderhavig voordeel kan oplopen tot €2.000,- per medewerker per jaar. Het is niet noodzakelijk dat de betreffende werknemer op of na 1 januari 2017 in dienst treedt. Deze regeling is ook van toepassing op bestaande werknemers, die aan de vereisten voldoen. De procedure zal in de praktijk als volgt uitzien: werkgever zorgt dat de loonaangiften correct en tijdig worden ingediend –> UWV beoordeelt of werkgever aanspraak maakt op LIV –> UWV informeert werkgever –> ingeval werkgever recht heeft op LIV dan wordt bij wijze van fictie aangenomen dat werkgever een verzoek heeft ingediend –> uiteindelijk beslist de inspecteur van de belastingdienst. Deze beslissing wordt kenbaar gemaakt middels een beschikking vóór 1 augustus volgend op het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd. Let wel: 1 januari 2017 is de beoogde datum inwerkingtreding.