Op grond van het belastingverdrag tussen België en Nederland worden onder andere pensioenen die worden betaald ter uitvoering van de sociale wetgeving, belast in de woonstaat.
Een inwoner van België die uit Nederland een AOW-uitkering ontvangt, zal hiervoor belast worden in België. Echter sinds de uitspraak van het Hof van Cassatie van 5 mei 2017 zal hier een nuancering in worden aangebracht. In deze casus wordt een beroep gedaan op schending van gemeenschapsrecht.
In België wordt een AOW-uitkering belast als pensioen conform artikel 34 van de Wet Inkomstenbelasting 1992 als deze rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid.
Volgens het Hof van Cassatie is een AOW-uitkering slechts in bepaalde mate rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden aan een beroepswerkzaamheid. De omstandigheid dat België, op grond van het reeds genoemde belastingverdrag, als woonstaat heffingsbevoegdheid heeft, hoeft niet tot gevolg te hebben dat socialezekerheidsuitkeringen naar Nederlands recht, die aangezien worden als een basispensioen, volledig worden belast.
Een basispensioen dat wordt toegekend in een periode van tewerkstelling of wordt gefinancierd door een premie die wordt ingehouden op het loon in functie van een beroepsinkomen, vertoont verband met een beroepswerkzaamheid.
De AOW bepaalt dat verzekerd is: diegene die nog niet de leeftijd van 65 (nu 67+) heeft bereikt en ingezetene is, òf die onderworpen is aan loonbelasting van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid. Daarbij kan iemand ook nog vrijwillig verzekerd zijn.
In deze casus betrof het een persoon die in 1937 is geboren en op 15-jarige leeftijd inwoner was in Nederland. In de periode tussen 1952 en 1962 (tussen 15e en 25ste levensjaar) had hij geen beroepswerkzaamheid, hij was student. Tijdens zijn 40-jarige loopbaan, vanaf 1963 tot en met 2002, heeft hij gedurende 10 jaar verplicht AOW-bijdragen betaald (werkzaamheden in Nederland) en gedurende 30 jaar, tijdens buitenlandse tewerkstelling, vrijwillig AOW-bijdragen betaald.
De AOW-uitkering is voor 40/50 noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks betrokken op een beroepswerkzaamheid. De slotsom van het arrest is dat hij voor 10/50 deel van zijn AOW-uitkering wordt belast in België.
Dit betekent dat in het kader van de Belgische Personenbelasting een proportionele berekening gemaakt dient te worden, om te bepalen voor welk gedeelte van de uitkering een relatie bestaat tot een beroepswerkzaamheid.
Op grond van Paragraaf 2 van artikel 18 van het Belastingverdrag tussen Nederland en België, zal de AOW-uitkering echter in Nederland worden belast. Dit is het geval indien:
– de inkomensbestanddelen voor minder dan 90% in de heffing betrokken worden in het woonland (daaraan wordt in casu voldaan); én
– het totale brutobedrag van de inkomensbestanddelen (AOW en andere pensioen- en lijfrente-uitkeringen die voor minder dan 90% in de heffing worden betrokken) afkomstig uit de ‘werkstaat’ hoger zijn dan € 25.000,-.